BIMNieuws

#BIMbasisILS …op de bouwplaats!

BIMbasisILS op de bouwplaats

Dit artikel geeft antwoord op de vraag waarom de BIMbasisILS (informatieleveringsspecificatie)
een hulpmiddel is voor BIM op de bouwplaats, waarbij taakgerichte informatie wordt verstrekt aan bouwplaatsmedewerkers.

Met de komst van BIM is de mogelijkheid ontstaan om bouwplaatsmedewerkers te voorzien van taakgerichte informatie. Lees ook het onderzoek ‘BIM on the construction site…’. Met de komst van de BIM basis ILS, waarbij een groep aannemers heeft aangegeven dat modellen tenminste aan een aantal basisregels moeten voldoen, ontstaat een manier om eenvoudig en snel te komen tot een TWI (taakgerichte werkinstructie). Het gaat om de ‘i’ van BIM, wat een verbetering in communicatie oplevert voorafgaand en tijdens de uitvoeringsfase, maar ook om de ‘m’ van modelleren. Het zijn praktische afspraken waardoor structuur ontstaat, in modellen en in de objectinformatie in deze modellen. Dit zorgt ervoor dat het aantal handelingen terugneemt, zoals handmatige correcties of het zoeken naar bepaalde informatie, waardoor ook het proces om te komen tot een TWI sneller en eenvoudiger wordt.

Dit artikel geeft inzicht in de manier waarop de BIM basis ILS een hulpmiddel is voor BIM op de bouwplaats, waarbij informatie op papier wordt verstrekt aan bouwplaatsmedewerkers. In alle gevallen geldt dat het om de informatie gaat, niet de informatiedrager.

De term TWI (taakgerichte werkinstructie) is een benaming voor een eindproduct dat in de praktijk ‘tekening’ wordt genoemd. De term ‘tekening’ doet echter afbreuk aan de meerwaarde van BIM bij het opstellen van een TWI. Om die reden wordt de term tekening vervangen door TWI.

In het voorbeeld wordt informatie verstrekt ten behoeve van de vorm van betonwanden op een bepaalde verdieping, zodat een wandkist kan worden gesteld waarbij instortvoorzieningen (ankerrail) zijn opgenomen ten behoeve van de bevestiging van onderdelen die in een latere fase komen. Dit praktijkvoorbeeld laat zien dat relevante informatie die afkomstig is van verschillende partijen, een hulpmiddel is voor bouwplaatsmedewerkers om een bepaalde taak op een bepaald moment uit te voeren. Het doel hiervan is het terugdringen van faalkosten en het borgen van een hoge kwaliteit.

 

Kenmerken taakgerichte werkinstructie (TWI) volgens ‘BIM op de bouwplaats’:

– overzichtelijk (informatie voor een taak of deeltaak)
– relevant (alleen de benodigde informatie voor een taak)
– verschillende soorten weergaven (plattegronden, doorsneden, (3d) aanzichten)
– verschillende objecten (afkomstig van verschillende aspecten)
– status (op basis van modelweergave)
– naamgeving (herkenbaar op basis van taak)

 

Aanvullende kenmerken (optioneel):

– planning (LEAN), gebruik van data vanuit 4d simulatie
– specifieke informatie niet behorende bij een model (principedetail/ bevestigingsmateriaal/ overige productinformatie)
– codering (QR/ RFID/ etc)
– referentie naar historie van communicatie over betreffende onderdeel (BCF)

TWI
Een voorbeeld van een TWI voor bouwplaatsmedewerkers waarbij een betonkern op een bepaalde laag wordt gemaakt inclusief instortvoorzieningen in de vorm van ankerrails

 

1.0 Waarom gaan we informatie eenduidig uitwisselen?

Zonder uitwisseling is er geen BIM op de bouwplaats, of van dusdanig kleine invloed dat het niet noemenswaardig is. In een gefragmenteerde sector is informatie van bouwproducten verspreid over verschillende co-makers. Wanneer deze informatie niet uitgewisseld wordt, dan kan deze ook niet gebruikt worden voor een TWI (Taakgerichte Werkinstructie)
bimbasisils_1-0

BIM op de bouwplaats:

Een timmerman heeft informatie nodig om zijn werk te kunnen doen. Dit kan informatie zijn van een co-maker, zoals bijvoorbeeld een gevelspecialist. De letterlijke raakvlakken tussen het aspect gevel en overige bouwdelen, zijn van cruciaal belang voor het bouwplaatspersoneel. Denk bijvoorbeeld aan ankerrails in combinatie met in het werk gestorte beton, waarmee in een later stadium geveldelen worden bevestigd. In een BIM-omgeving wordt deze informatie gedeeld waardoor controle plaats kan vinden, maar ook zodat informatie kan worden gebruikt. Voor maatvoering bijvoorbeeld; vanaf een b.k. ruwe vloer omhoog en naar een stramien in het horizontale vlak, of de hartmaat van de ankerrail t.o.v. (meter-)Peil en de binnenhoek van de wand, afhankelijk van de behoefte.
bimbasisils_2-0

2.0 Hoe gaan we informatie eenduidig uitwisselen?

Iedereen heeft zijn eigen software applicatie van voorkeur, maar niemand heeft ze allemaal. Daarom is uniforme uitwisseling van informatie van belang. Huidig gebruik is voornamelijk IFC2x3, maar de verdere ontwikkeling van deze (open) standaard (IFC4, IFC5, etc…) vormt geen belemmering voor BIM op de bouwplaats. Integendeel wordt juist verwacht dat met de ontwikkeling van nieuwe technologieën ook BIM op de bouwplaats stappen kan maken.

Wanneer modellen uniform worden uitgewisseld (IFC), dan is deze informatie met behulp van verschillende software te raadplegen, zoals een ontwerpapplicatie (ArchiCAD in het voorbeeld). Modellen kunnen in een dergelijke applicatie worden geïmporteerd en vervolgens voorzien van maatvoering en dergelijke.
Wanneer modellen uniform worden uitgewisseld (IFC), dan is deze informatie met behulp van verschillende software te raadplegen, zoals een ontwerpapplicatie (ArchiCAD in het voorbeeld). Modellen kunnen in een dergelijke applicatie worden geïmporteerd en vervolgens voorzien van maatvoering en dergelijke.

 

BIM op de bouwplaats:

In het voorbeeld wordt ArchiCAD gebruikt, maar er zijn meerdere ontwerpapplicaties op de markt met dezelfde functionaliteit, echter verpakt in een andere combinatie van knoppen. In het voorbeeld wordt een model met ankerrails en een model van de betonconstructie geïmporteerd. Hiermee ontstaat een samengevoegd model in een ontwerpapplicatie, dat op verschillende manieren te benaderen is. Zo kan op elke positie een doorsnede worden gemaakt, waarmee bijvoorbeeld een plattegrond ontstaat, maar ook een 3d weergave van specifieke objecten in deze modellen is mogelijk. De ontwerpapplicatie wordt gebruikt om taakgerichte informatie op een overzicht weer te geven.

 

3.0 Welke structuur gaan we hanteren?

Structuur helpt om eenvoudig en snel tot taakgerichte informatie te komen. Met name op het gebied van communicatie over de informatiebehoefte, maar ook bij het proces om te komen tot een TWI. Dit wil niet zeggen dat een model zonder structuur niet gebruikt kan worden, echter de snelheid waarmee een TWI tot stand komt wanneer dit wel het geval is, maakt het van grote meerwaarde.

 

BIM op de bouwplaats:

De snelheid waarmee de taakgerichte informatie kan worden verzameld, wanneer modellen zijn opgezet volgens de informatieleveringsspecificatie, is het grootste speerpunt. Zo kan in communicatie tussen een werkvoorbereider en uitvoerder, eenvoudig informatie worden gefilterd op basis van een bepaalde structuur, zoals een classificatie van objecten volgens NL-SfB codering.

 

3.1 Bestandsnaam

De bestandsnaam maakt het model herkenbaar en herleidbaar. Op het overzicht van informatie geven de bestandsnamen status. De term; “dit is een weergave van…”, aangevuld met de bestandsnamen van de betreffende modellen met een datum, geeft aan hoe actueel de informatie is.

 

3.2 Lokale positie en oriëntatie (nulpunt)

Wanneer verschillende modellen worden geïmporteerd in een ontwerpapplicatie, dan is het wenselijk dat het nulpunt gelijk is. Dit voorkomt het (handmatig) verplaatsen van objecten en daarmee een kans op falen. Er zijn hulpmiddelen om het nulpunt vast te stellen, zoals het gebruik van een referentiekubus, waardoor controle van positie en oriëntatie, maar ook de eventuele verplaatsing van objecten, eenvoudig wordt. Wanneer het nulpunt van verschillende modellen overeenkomt, dan kan een TWI sneller tot stand komen.

Elk model heeft een nulpunt. Wanneer de nulpunten van verschillende modellen niet overeenkomen, dan moeten objecten worden verplaatst. De referentiekubus is een hulpmiddel om de verplaatsing te bepalen en uit te voeren.
Elk model heeft een nulpunt. Wanneer de nulpunten van verschillende modellen niet overeenkomen, dan moeten objecten worden verplaatst. De referentiekubus is een hulpmiddel om de verplaatsing te bepalen en uit te voeren.

 

3.3 Bouwlaagindeling en –naamgeving

Een uniforme naamgeving helpt vergissingen voorkomen, maar van groter belang is de bouwlaagindeling. Hier is namelijk bepaald welke objecten behoren bij een bepaalde bouwlaag. Wanneer informatie voor een bepaalde taak wordt verzameld, dan kunnen objecten die behoren bij een bepaalde laag, worden samengevoegd met andere objecten, met behulp van een ontwerpapplicatie. Wanneer de bouwlaagindeling is afgestemd, dan kunnen objecten worden toegevoegd aan een bouwlaag, die overeenkomt met andere modellen. Wanneer dit niet het geval is, dan moeten er eerste nieuwe bouwlagen worden aangemaakt waar de objecten aan kunnen worden toegewezen. Het alternatief is een (handmatige) verplaatsing waar het referentieobject mogelijk een hulpmiddel voor is.

 

3.4 Correct gebruik van entiteiten

Een vorm van taakgerichte informatie kan een oppervlakte van een vloer zijn. Wanneer entiteiten niet correct zijn toegepast, bijvoorbeeld wanneer een vloer als een wand is gemodelleerd, dan ontstaat een kans op fouten wanneer de oppervlakte wordt bepaald. Dit omdat een wandoppervlak nu eenmaal anders wordt beschouwd dan een vloeroppervlak in een IFC-structuur.

 

3.5 Structuur en naamgeving

Een modelviewer of modelchecker wordt in de praktijk gebruikt om te kijken naar de informatiebehoefte van bouwplaatsmedewerkers. Een doorsnede of ander aanzicht geeft de relaties weer tussen verschillende modellen. De consistente structuur en naamgeving helpt om de objecten herkenbaar te maken, zodat in een dergelijke doorsnede eenvoudig kan worden bepaald om wat voor een soort en type object(en) het gaat.

 

3.6 Informatieindeling classificatie NL-SfB

Zoals ook structuur en naamgeving, helpt de uniforme classificatie bij informatiemanagement, bijvoorbeeld bij het bekijken van objecten in een modelviewer, modelchecker of ontwerpapplicatie. Bij de communicatie welke leidt tot een TWI, worden dergelijke applicaties gebruikt. In het voorbeeld een classificatie van de betonwand waarmee deze eenvoudig gevonden kan worden in Navisworks en Solibri.

Wanneer objecten geclassificeerd zijn, dan kunnen deze eenvoudig herkend worden, zoals een wand dat onderdeel is van de draagconstructie met classificatie 28.21 volgens NL-SfB. Wanneer deze objecten het onderwerp van overleg zijn, dan kan eenvoudig een visualisatie worden gemaakt met behulp van classificatie.
Wanneer objecten geclassificeerd zijn, dan kunnen deze eenvoudig herkend worden, zoals een wand dat onderdeel is van de draagconstructie met classificatie 28.21 volgens NL-SfB. Wanneer deze objecten het onderwerp van overleg zijn, dan kan eenvoudig een visualisatie worden gemaakt met behulp van classificatie.

 

3.7 Objecten voorzien van een correct materiaal

Het feit dat een object voorzien is van een correct materiaal, maakt het vindbaar in bijvoorbeeld een modelviewer welke gebruikt wordt in de communicatie tussen uitvoerend en voorbereidend personeel. Wanneer het juiste materiaal van een object te herleiden is, dan geeft dit snelheid aan het proces om te komen tot een TWI, omdat eenvoudiger kan worden bepaald welke objecten van belang zijn voor een bepaalde taak.

 

3.8 Doublures en doorsnijdingen

De informatie op een TWI is zo correct als het model. Dit komt doordat een TWI aanzichten en doorsneden bevat van objecten in een model. De doorsnijding van de ankerrail met de betonwand is correct, maar de doorsnijding van een kozijn met een betonwand waarschijnlijk niet. Het aanleveren van foutieve modellen, levert niet de gewenste informatie voor bouwplaatsmedewerkers.

 

4.0 Hoe borgen we andere/ toekomstige objectinformatie?

Het borgen van objectinformatie helpt in de zoektocht naar informatie. Daarmee is het toekennen van informatie aan objecten wenselijk om sneller te komen tot een TWI, zoals ook onderdelen van 3.0 van toegevoegde waarde zijn. Bij gebruik van een modelviewer of modelchecker wordt communicatie eenvoudiger en sneller wanneer er gefilterd kan worden op informatie, bijvoorbeeld op specifieke objectinformatie over de onderwerpen zoals in 4.1 t/m 4.6 behandeld. Het is daarvoor van belang dat de informatie op een eenduidige wijze is toegekend aan de objecten, waardoor met zo min mogelijk zoekopdrachten de objecten kunnen worden gevonden.
BIMbasisILS-op-de-bouwplaats