Nieuws

De schijnbare onnauwkeurigheid van BIM, trap er niet in.

Het ontwerp wijzigen geeft een schijnbare nauwkeurigheid en is een kostbare valkuil, zo was te lezen in Cobouw. Opmerkelijk dat hier een link met BIM is gelegd, dit is namelijk niet anders in het traditionele proces (zonder BIM). Het aanpassen van tekeningen is net zo inefficiënt als het wijzigen van modellen. De kracht is het goed vertalen van de klantvraag.

De klantvraag geeft kaders weer, bijvoorbeeld een tuinhek in nader te bepalen materiaalsoort, met een maximale en minimale hoogte. Bij de zoektocht naar het gewenste tuinhek kan men toetsen aan de kaders zoals in de ontwerpfase bepaald. In het tuinhek-voorbeeld in het artikel, wordt de ontwerpstap niet goed geïnterpreteerd. De opdrachtgever heeft een gespecificeerde vraag, namelijk een tuinhek met een bepaalde afmeting, doorzichtigheid, uitstraling, enzovoorts. De keuze in het tuincentrum wordt bepaald aan de hand van deze vooraf gestelde vragen. Het lukraak kopen van een tuinhek is niet aan de orde. Het lukraak plaatsen van een tuinhek in het model daarmee ook niet.

Zeuren over meerkosten als gevolg van 3d-tekenen, is om meerdere redenen onBIM (onzin over BIM). 3d-Tekenen is nog steeds ‘plat’ en modelleren is dermate effectief dat dit tenminste prijsneutraal kan worden uitgevoerd. De meerwaarde van een gebouwmodel ten opzichte van een veelvoud aan doorsneden daargelaten.

Software dwingt ontwerpers om een keuze te maken, logisch want de ontwerper vertaalt een wens van een opdrachtgever. Als er geen keuzes gemaakt zijn, kan er ook geen uitspraak komen over de prestaties van het bouwwerk of kosten en planning. Software maakt het mogelijk om kaders te scheppen waarbinnen een leverancier of co-maker een product realiseert. De keuze voor een specifiek object uit een bibliotheek (voor zover voorradig) is helemaal niet dwingend wanneer men nadenkt over mogelijke kaders.

Een gebouwmodel wijzigen gaat vele malen sneller en de kans op fouten is beperkt. Uiteindelijk is het een handigheid, net zoals het werken met 2d-CAD tools. Een duidelijk verschil met 2d-CAD is dat overtekenen niet van toepassing is. Het model wordt aangepast, daarmee automatisch alle mogelijk tekeningen die hier een weergave van zijn.

Wanneer een substantieel deel van het dagelijks werk van BIM modelleurs bestaat uit wijzigen, dan zou men het proces eens van dichterbij moeten bekijken en daarbij de vraag stellen; ‘welke kaders ga ik stellen?’ Dan blijkt al snel dat het niet nodig is om het model op te tuigen met objecten die een gedetailleerde weergave zijn. Alsmaar wijzigen doet vermoeden dat er geen kaders worden gesteld of dat men de klantvraag niet begrijpt.

Wat is belangrijk wanneer het gaat om buitenkozijnen? Het gevelbeeld misschien en daardoor ook de sparingmaat in de buitengevel. Het profiel van het kozijn heeft met name invloed op het binnenspouwblad en komt ook pas aan de orde zodra de informatiebehoefte hier om vraagt. Uiteindelijk moet er een keuze worden gemaakt over de buitenkozijnen, zodat ook het detail en daarmee de relatie met het binnenspouwblad vastliggen. Dat is het moment waarop de informatie wordt gevraagd. In een voorlopig ontwerp dergelijke details exact uitwerken, is zonde van de tijd en levert weinig meerwaarde.

Hoe vaak wil je wijzigen? Hoe meer wijzigingen, hoe meer kans op fouten die uiteindelijk de bouwplaats bereiken? Onwaar, want het gebouwmodel wordt gecontroleerd voordat uitvoering in het werk plaatsvindt. De modellen passen binnen vooraf gezette kaders en vertonen geen omissies in onderlinge samenhang met overige modellen. Er is geen reden om te denken dat wijzigingen die vooraf gegaan zijn, leiden tot een gebrekkig gebouwmodel ten behoeve van de uitvoering. Tools die modellen controleren, houden geen rekening met het aantal doorgevoerde wijzigingen. Slechts wanneer geen controle plaatsvindt, kan men veronderstellen dat het doorvoeren van wijzigingen kan leiden tot een gebrekkig gebouwmodel.

Zodra de informatiebehoefte vraagt om een weergave van geometrie, start het modelleren. Dit kan ook een ‘schetsfase’ zijn. Door enkel zones in relatie met elkaar te brengen ontstaat nuttige informatie. De uiteindelijke invulling van de zones komt pas aan de orde wanneer hier behoefte aan is. Gevels en plattegronden zoals traditioneel op tekening worden gezet bij een voorlopig ontwerp, zijn een weergave van het gebouwmodel. Aan welke informatie is behoefte bij het voorlopige ontwerp, welke bij het definitieve ontwerp? Pas beginnen met BIM tijdens het definitieve ontwerp, levert niet de voordelen die in potentie aanwezig zijn, denk aan simulaties, het eenvoudig bepalen van hoeveelheden en het toetsen aan bepaalde eisen bijvoorbeeld.

Begin met BIM zodra de behoefte aan informatie er is. Maak geen scherpe afspraken over het detailniveau van iedere fase maar koppel dit los van elkaar. Aan welke informatie is behoefte in de betreffende fase? Gebruik beslismomenten op basis van een bepaalde informatiebehoefte, zoals een bouwvergunning bijvoorbeeld. Ga in samenwerking met makers en co-makers de engineering aan en laat het gebouwmodel groeien tot een product dat door onderling samenwerken kan worden gerealiseerd op de bouwplaats. Niet wachten maar effectief samenwerken, BIM vergt vooral een andere mindset.