Nieuws

Werken met een ‘open’ model

Donderdag 17 oktober was ik weer aanwezig bij RotterdamBIMt. Daar vertelde een ingenieursbureau hoe zij een BIM-omgeving inrichten, door samenwerking in hetzelfde model. Tussen de regels door kwamen enkele nadelen naar voren. Deze zijn van dusdanig ernstige aard dat ik mij afvraag waarom dit proces niet anders is ingericht. Na afloop ben ik met een architect gaan praten die een gedeelte van de presentatie verzorgde. Mijn vraag was duidelijk; “Noem eens het grote voordeel van deze manier van werken, waardoor de nadelen teniet worden gedaan”. Hij liet zien hoe hij in het model eenvoudig een wand kan selecteren en deze aan de constructeur kan toewijzen, dit door in een informatiebox een vinkje te plaatsen bij structural ipv architectural. “Nu is de wand van de constructeur”. Op mijn vraag of de constructeur hiervan op de hoogte is en of ergens te herleiden is dat deze wijziging heeft plaatsgevonden, kwam geen bevestigend antwoord. Uiteraard zal dit overlegd zijn, maar een bevestiging per email is in de regel geen gestructureerde manier van informatie management.

RotterdamBIMt

Laten ik duidelijk zijn; ik ben geen tegenstander van het samenwerken in één model, zolang het dezelfde discipline betreft. Ik kan mij voorstellen dat een groot project meerdere modelleurs verlangt en om die reden tegelijk aan hetzelfde model werken. Houd daarbij wel de verschillende disciplines uit elkaar. Het voorbeeld waarbij een architect per ongeluk een object van de constructeur verwijdert, zonder dat dit te herleiden is, geeft al voldoende reden om de disciplines te scheiden.

In een ander voorbeeld werd een installateur gemachtigd om in het model de sparingen aan te geven. Wat gebeurt er wanneer per ongeluk wijzigingen worden aangebracht in de constructieve elementen? Daarnaast moet de sparing in overleg met bijvoorbeeld de constructeur worden bepaald. Wanneer de installateur lukraak sparingen mag maken, onder andere in constructieve elementen, dan hoop ik dat wel te herleiden is welke sparingen op welke positie zijn toegevoegd, zonder hier zelf naar te moeten zoeken.

Het samenwerk in een ‘open’ model door verschillende disciplines, lijkt vragen om problemen, zowel juridisch als praktisch. Door disciplines te scheiden en daarmee aspectmodellen te maken, kan op een gestructureerde wijze een beoordeling plaatsvinden. Zo ook de beoordeling van bijvoorbeeld een sparingopgave. De installateur modelleert zijn sparingopgave, bijvoorbeeld door het aangeven van zijn leiding tracé in solids. Dit hoeft in eerste instantie namelijk niet gedetailleerd te zijn (afhankelijk van LOD of informatieniveau behorende bij de betreffende fase), dat komt later in het proces. De beoordeling van de aspectmodellen, door toepassing van een ‘modelchecker’, geeft een duidelijk beeld van het leiding tracé in relatie met overige bouwdelen, wat resulteert in een sparingopgave. De uitkomsten van de controle zijn eenvoudig te bespreken en archiveren.

Daarnaast geven de aspectmodellen tezamen een goed beeld van de stand van zaken, het fasemodel. Dit fasemodel kan men opleveren zoals in werkelijkheid ook een bouwwerk wordt opgeleverd. Wanneer het ontwerpteam, inclusief bouwdirectie, het model als opgeleverd verklaren, kan deze dienen als onderlegger voor de volgende fase. In deze volgende fase kan men de nieuwe modellen onder andere beoordelen op basis van de onderlegger. Zo kan op een gestructureerde wijze de fasering van de virtuele bouw plaatsvinden, waarbij altijd relaties met voorgaande fasen zichtbaar zijn.

Reageren mag hier.